Naar hoofdinhoud

Even op adem komen - Hoe het Logeerhuis van Charim mantelzorgers ruimte geeft

Mantelzorgers zijn onmisbaar, maar het vraagt veel van mensen. Daar weten meneer Boekhoudt, zijn vrouw (beiden 86 jaar) en dochter Wilma alles van. Als meneer Boekhoudt in het voorjaar van 2025, na een revalidatieperiode weer thuiskomt, heeft hij flink ingeleverd op zijn gezondheid. “Ik werd snel moe en had steeds meer ondersteuning nodig,” vertelt hij. Voor zijn vrouw werd de zorg soms teveel. Logeerhuis De Engelenburgh blijkt een uitkomst. Dit ondersteunt niet alleen meneer Boekhoudt, maar ook zijn mantelzorgers. “Zij blij, ik blij. Iedereen blij,” vat hij het samen.

Meneer Boekhoudt stond altijd met twee benen in de samenleving. Bijna 40 jaar was hij werkzaam bij de gemeente Rhenen. In de kerkelijke gemeente was hij actief als scriba en bezocht de ouderen. Tot het niet meer ging. Ook hebben hij en zijn tweede vrouw Nies, samen veel reizen gemaakt. Wilma vertelt dat mevrouw Boekhoudt ervan houdt om op pad te gaan. “Ook samen met mijn vader.” De afgelopen twee jaar werden zwaarder door de toenemende zorgvraag. “Het klimmen van de leeftijd gaat ook meespelen”, vertelt meneer Boekhoudt.

Wilma helpt met de praktische zaken en regeldingen in de zorg. “Want het is echt ingewikkeld.” vertelt ze. “Het scheelt dat ik zelf uit de zorg kom, dus weet hoe de hazen lopen. Toen mijn vader in het ziekenhuis lag, heb ik wat van die regeltaken van zijn vrouw overgenomen. Ook zijn aanmelding voor het Logeerhuis heeft Wilma geregeld. “Als hij hier is ben ik het aanspreekpunt en pak ik de zaken op. Als mijn vader thuis is regelt zijn vrouw de afspraken met bijvoorbeeld de tandarts, de kapper, het eten, en de thuiszorg. Zij is de echte mantelzorger en zorgt dagelijks voor hem. Daarom is het ook zo fijn dat mijn vader af en toe naar het Logeerhuis kan. Dan krijgt zij wat ruimte om wat voor zichzelf te doen.”

Waarom Logeerhuis De Engelenburgh zo belangrijk is.
Meneer Boekhoudt is al vaker in het Logeerhuis geweest. Hij verblijft er gemiddeld 10 tot 12 dagen achter elkaar. “Ik heb die dagen ook wel nodig. Ik ben in die logeerperiode 1 weekend in het in het Logeerhuis, het andere weekend ben ik dan weer thuis. Dat vindt mijn vrouw ook wel zo gezellig.” Dat meneer Boekhoudt af en toe in het Logeerhuis verblijft helpt hen allebei. “Mijn vrouw kan op die dagen gaan en staan waar ze wil. Als ik thuis ben voel me soms een beetje in de weg zitten en beperk ik haar in haar bewegingsvrijheid. Dat vindt ze niet erg, maar toch is het goed als zij ook iets voor zichzelf heeft.”

De eerste keer in het Logeerhuis
Wilma: “Na een ziekenhuisopname en revalidatie kon mijn vader met thuiszorg weer naar huis. Maar na 6 weken zagen we dat hij weer vermoeider werd. Ook zijn vrouw raakte overbelast. Samen met een casemanager hebben we nagedacht over een oplossing.” Eerst werd dagbesteding als optie aangedragen. Maar het zou het niet haalbaar zijn voor meneer Boekhoudt om daar drie keer in de week van 9 tot 5 te zijn. Meneer Boekhoudt: “Dat was veel te lang, en ik zag het zelf ook niet zitten want ik ben niet zo’n creatief mens”. Wilma: “En toen las ik in de krant over het Logeerhuis.”

Er ging wat tijd overheen voordat ze de juiste indicatie kregen. Maar op 10 september om 15.00 uur zat hij hier voor het eerst. Meneer Boekhoudt: “Ik vind het hier schitterend. En ik voelde van meet afaan mij thuis. Vroeger, toen er nog niks met me aan de hand was, vond ik dit al een mooie plek. Toen zei ik al: ‘als er ooit iets met me gebeurt, dan moet ik hier zitten.’ Ik weet niet waar dat door kwam. Dat was gewoon een gevoel. En dan is het heel bijzonder dat ik hier nu zit. En wellicht in de nabije toekomst ook in De Engelenburgh woon.”

Veel aanspraak en betrokkenheid
Uit de mond van meneer Boekhoudt komt niks dan lof over het Logeerhuis: “Ik vind het hier geweldig. De medewerkers, ja die zijn zo betrokken. Ze komen regelmatig even binnen en maken een praatje.” Wilma vult aan: “Eigenlijk wordt mijn vader behandeld als een vorst. Hij heeft veel begeleiding gehad en dat is echt fantastisch geweest. Ze lopen met hem, ze gaan ook naar beneden en kijken met hem in de gangen waar hij later eventueel zou kunnen wonen. Ze brengen hem naar activiteitenruimte De Zwaai en als hij alleen is, gaan ze soms nog met hem mee naar de kerk.”

Meneer Boekhoudt: “Ik doe niet aan veel van de activiteiten mee, want ik moet mijn energie doseren. Naar de weekafsluiting probeer ik wel te gaan als ik fit genoeg ben. Je hebt dan een beetje verbinding, dat vind ik heel fijn. De organiste ken ik niet, maar aan het eind van de sluiting vroeg zij: ‘Kom je weer terug?’ ’Dat is wel de bedoeling’ zei ik. Dat is toch prachtig? Gewoon even gezien worden. Dat ervaar je hier toch wel heel sterk”.

“De betrokkenheid van de medewerkers is enorm. Ze zijn allemaal zo bevlogen en zo gemotiveerd. De vrijwilligers, de woonassistenten, ik heb ze nog nooit een moment chagrijnig gezien."" Wilma: “Wat hij ook heel fijn vindt, is dat ze hem helpen herinneren dat hij af en toe even moet gaan rusten. Of dat ze zeggen: nu gaan we samen wandelen, zodat je niet te lang zit. En als ik hem breng leggen ze meteen alle afspraken vast en het wordt perfect uitgevoerd.”

Mantelzorgers kunnen de zorg even loslaten
Wilma: “Normaal staat zijn vrouw 24/7 aan als mijn vader thuis is. Als mijn vader ’s nachts eruit gaat, is zij ook wakker. En als het te lang duurt, gaat zij weer kijken. Als hij in het logeerhuis is kan ze meer doorslapen.” Voor mevrouw Boekhoudt geldt dus dat ze meer rust en ruimte krijgt. “Elke dag plant ze wat.” Vertelt Wilma. “Ze kan autorijden en is dus nog mobiel. De ene dag gaat ze naar vriendinnen, de volgende dag rijdt ze naar haar zussen en gaat daarmee lunchen. De derde dag komt ze hier en de vierde dag krijgt ze huishoudelijke hulp. Tegenwoordig plant ze ook wat meer rust voor zichzelf in.” Als meneer Boekhoudt in het Logeerhuis is, betekent dat ook dat zijn vrouw niet op de klok hoeft te kijken. Ze kan gewoon lekker wegrijden en hoeft niet tussendoor te appen: ‘Dick zit je nog op je stoel en gaat het goed?’ Normaal heeft ze die zorg wel voor hem. Ze kan niet te lang weg. “Maar als mijn vader in het Logeerhuis is kan ze dat loslaten.” vertelt Wilma

Een aanrader om de mantelzorger ruimte te geven
Op de vraag of hij het Logeerhuis zou aanbevelen aan anderen is meneer Boekhoudt duidelijk: “Absoluut. Als mensen zorg nodig hebben moeten ze hier ook komen. En om de mantelzorger de even te ontzorgen.”

Meer informatie en aanmelden voor het Logeerhuis
Na dit verhaal nieuwsgierig geworden naar het Logeerhuis? Kijk op www.charim.nl/logeerhuis voor meer informatie. Wilt u net als meneer Boekhoudt tijdelijk in het logeerhuis verblijven, stuur dan een mail naar zorgadvies@charim.nl.