img

Charim start Eerstelijns Verblijf aan ’t Holle Goed in Veenendaal

Zorggroep Charim start een afdeling 'Eerstelijns Verblijf' aan ’t Holle Goed in Veenendaal. Hier kunnen mensen terecht die tijdelijk zorg nodig hebben, bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname. Ook mensen die plotseling zorg behoeven, maar voor wie een ziekenhuisopname niet nodig is, zijn welkom. De eerstelijns verblijfzorg is gericht op herstel, zodat de cliënt daarna thuis weer goed kan functioneren. Het verblijf is onderdeel van Charim Revalidatie Veenendaal in locatie De Engelenburgh.

Doordat ouderen langer thuis blijven wonen, stijgt de behoefte aan tijdelijke zorgplaatsen voor als het thuis even niet gaat. Zowel ziekenhuizen als huisartsen doen hiervoor een beroep op Charim. Daarom start zij met een Eerstelijns Verblijf-afdeling, zodat zij aan de groeiende vraag tegemoet kan komen. De specialisten van de revalidatieafdeling kunnen hier hun expertise inzetten om deze tijdelijke zorg te verlenen, zodat ziekenhuisopname kan worden vermeden. 

Geleidelijk
Het Eerstelijns Verblijf wordt ingericht op de eerste verdieping van locatie De Engelenburgh, boven Charim Revalidatie Veenendaal. Hierdoor kunnen de cliënten optimaal gebruikmaken van de faciliteiten en mogelijkheden van de revalidatieafdeling.
De inrichting van het Eerstelijns Verblijf betekent dat negen bewoners wordt gevraagd om binnen de locatie te verhuizen naar een ander appartement. 'We beseffen dat dit veel impact heeft. De grote behoefte aan tijdelijke zorg kunnen we echter niet negeren', zegt Bert Houwen, directeur Behandeldienst van Charim. 'We zullen er alles aan doen om rekening te houden met de wensen en behoeften van de mensen die verhuizen. In persoonlijke gesprekken zullen we deze inventariseren.' Het Eerstelijns Verblijf zal zo geleidelijk ontstaan, afhankelijk van de kamers die vrijkomen.

Belang
Annette van Steenbergen, leidinggevende Zorg in Ziekenhuis Gelderse Vallei, bevestigt het belang van het verblijf: ‘Het Eerstelijns Verblijf is een belangrijke plaats voor mensen die net even tussen wal en schip dreigen te vallen. Het gaat dan om zorg die niet thuis geboden kan worden.’